| Gertjan Scholte-Albers 19.09.2010 - 17.10.2010 |
|
|
|
Gertjan Scholte-Albers trekt er iedere dag op uit om een geschikte locatie te vinden. Een karretje met verf achter zijn fiets. Het opvallende is, dat zijn landschappen er niet uitzien alsof ze naar de werkelijkheid geschilderd zijn. Het zijn veelal uitsneden uitgevoerd in kleuren die de traditionele natuurliefhebber niet in zijn palet heeft. Het gaat Scholte-Albers echter niet om het landschap op zich. Het gaat hem erom hoe hij het landschap op dat moment (dat kan ook ‘s nachts zijn) en op die plaats ervaart. Daarbij spelen elementen als lichtval, geur, temperatuur, ruimte en stemming een rol. Zijn olieverfschilderijen bewegen zich tussen het Amerikaanse abstract expressionisme en het Franse, Vlaamse of Duitse expressionisme. De ene keer roepen ze het beeld op van de kwistige drippaintings van Jackson Pollock, de andere keer schuiven de ‘brandende landschappen’ van Vincent van Gogh voor de ogen. Bij veel werken is de grens tussen beide richtingen diffuser.De meeste werken zijn in de provincie Groningen of in de omgeving daarvan ontstaan, omdat de kunstenaar daar woont. Zelfs voor een kenner van de streek zijn ze niet als zodanig te herkennen. Ze hebben geen identiteit omdat ze die in de perceptie van Scholte-Albers niet hoeven te hebben. Zijn ervaringen hebben identiteit, niet zijn locaties. In het verlengde daarvan moeten ook zijn titels gezien worden. Ze hebben niet de bedoeling te beschrijven, ze willen cryptisch zijn, ze willen suggereren, ze willen nieuwsgierig maken, ze willen een verlengstuk zijn van die ervaring. Tekst: Rob Perrée, Brooklyn augustus 2006.
|

